Interesse in figuratief wordt als
conservatief en behoudend gezien, omdat kunst voor veel beoefenaars
alsmaar grensverleggend moet zijn.
We kunnen het verleden aanroepen ter legitimatie van kwaliteiten, die
echter ook tegenwoordig zichzelf wel kunnen bewijzen, hoewel men nooit
het erfgoed van het verleden eigen kan maken om daar weer op door te
gaan. Het gaat erom dat je zoveel kennis opdoet dat men bijdraagt aan
een wezenlijke opvatting over de beeldhouwkunst.
Teruggaan op de ‘impressionistische’ beeldhouwkunst, de eigenschappen
hiervan, waartoe Rodin en Claudel behoorden voer ik door in mijn werk,
omdat deze eigenschappen/kenmerken zich volgens mij nu nog steeds
bewijzen.
Figuratieve kunst is het afbeelden van het zichtbare, de zintuiglijk
waarneembare werkelijkheid
De plastische kunst is de kunst die iets ‘belichaamt’: van het lichaam
is ze afgeleid, zij schept lchamen, zij richt zich tot het
lichaamsgevoel van de mens. Daarmee raken wij aan de levenswet van het
plastische.
De beeldhouwer heeft daarom te doen met het tastbare, met vaste en
solide stoffelijkheid.
Het menselijk lichaam is opgebouwd uit ontelbare geometrische vormen,
waardoor figuratief werk ook abstractie als uitgangspunt heeft.
De uitdaging is om die vormen te kunnen waarnemen en zo op plastiek tot
uitdrukking te kunnen brengen, zodat er een evenwicht ontstaat tussen
vormen, toetsen en vlakverdeling.
Het meest interessante is om te proberen een goede verhouding van donker
en licht te verkrijgen.
Een extra uitdaging is het werken met verschillende materialen zoals
gips, steen en was.
Het is boeiend om de eigenschappen van deze materialen ten volste te
benutten om deze harmonie te bewerkstelligen
Dit betoog dient niet als excuus voor het feit dat mijn werk uitsluitend
uit figuratief werk bestaat, maar om duidelijk te maken dat de functie
van een kunstwerk uitsluitend ,voor mij,bedoeld is als streven van
bevrediging van de persoonlijke artisticiteit en aspiraties van de
kunstenaar.